CRvB 7 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5579

Beperkte studiefinanciering voor niet werkende EU-studenten. Herziening en terugvordering studiefinanciering. Aan de orde is de vraag of een student die onderdaan is van een lidstaat van de Europese unie en om studieredenen naar een andere lidstaat is gekomen, een beroep kan doen op artikel 12, eerste alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG) ter verkrijging van een beurs om in zijn levensonderhoud te voorzien. Naar aanleiding van prejudiciële vragen in de zaak F., is door het Hof van Justitie een arrest gewezen (BJ1015). De Raad heeft in de zaak F. geoordeeld dat de IBG met de Beleidsregel 32 uur in algemene zin geen onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip werknemer als bedoeld in artikel 39 EG. Anders dan in de zaak F. vraagt de beslechting van dit geschil echter om nadere uitleg van het onderdeel van het beleid waarin wordt geregeld dat in het geval van vakanties en ziekte, ondanks dat niet aan het criterium wordt voldaan dat 32 uur of meer per maand gemiddeld is gewerkt, de studerende toch als migrerend werknemer wordt aangemerkt. De tekst waarin dit onderdeel van het beleid is gesteld maakt niet zonder meer duidelijk welke rechten de studerende hieraan kan ontlenen. Naar het oordeel van de Raad dient de IBG zich omtrent de uitleg van het onderdeel van het beleid dat ziet op de situatie dat sprake is van vakanties en ziekte en voor zover dit beleid ziet op studerenden die in een maand als gevolg van vakanties en ziekte slechts marginaal hebben gewerkt opnieuw te beraden. De Raad geeft hierbij - ter voorkoming van nieuwe procedures - aan dat een uitleg van het beleid dat ertoe strekt dat in die gevallen dat de studerende die in één maand als gevolg van vakanties of van ziekte slechts marginaal heeft gewerkt gelijk wordt behandeld met de studerende die in een maand in het geheel niet hebben gewerkt, zodat ook voor die studerende een deling door 11 - bij een studiefinancieringstijdvak van minder dan één jaar: naar rato - als vorenbedoeld kan plaatsvinden, aanvaardbaar is. De Beleidsregel van 9 mei 2005 kan aan betrokkene worden tegengeworpen, aangezien vast staat dat zij in 2002 niet voldeed aan de voorwaarde van vijf jaar voorafgaand verblijf. Geen bijzondere omstandigheden om af te wijken. Daartoe heeft de Raad van doorslaggevende betekenis geacht dat betrokkene, voorafgaande aan haar verblijf in Nederland, niet anderszins kan wijzen op een reële band met de Nederlandse samenleving. Het feit dat zij is geslaagd voor een taalcursus Nederlands, heeft gewerkt en hier een sociaal leven heeft opgebouwd, is daartoe onvoldoende.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen