CRvB 18 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5493
Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor gemaakte kosten van manuele therapie, voor zover deze kosten niet gedekt worden door de (aanvullende) ziektekostenverzekering. Per 1 januari 2004 is de aanspraak op fysiotherapie en oefentherapie voor verzekerden van achttien jaar en ouder beperkt. Deze beperking is in artikel 3a van de Regeling paramedische hulp ziekenfondsverzekering (hierna: de Regeling) neergelegd. In artikel 3a, eerste lid, is bepaald dat deze categorie verzekerden uitsluitend nog aanspraak kan maken op behandeling met fysiotherapie of oefentherapie als het aandoeningen betreft waarvoor langdurige of chronische behandeling is aangewezen. Het gaat daarbij om de aandoeningen die limitatief in artikel 3, eerste lid, van de Regeling, de zogenaamde “chronische lijst”, zijn vermeld. De Raad stelt vast dat naar vaste rechtspraak voor de kosten van (para)medische zorg tot 1 januari 2006 de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) in beginsel als aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorzieningen worden beschouwd. De Raad stelt vervolgens vast dat in het geval van appellant de kosten van manuele therapie - een gespecialiseerde vorm van fysiotherapie - niet worden vergoed op basis van de Regeling nu de aandoening van appellant niet voorkomt op de hiervoor genoemde “chronische lijst”. De Raad is voorts - anders dan appellant - met de rechtbank van oordeel dat aan het buiten de voorziening laten van de kosten van fysiotherapie voor de niet op de “chronische lijst” voorkomende aandoeningen een bewuste keuze over de noodzakelijkheid van de voorziening die ten grondslag ligt. Voor dit oordeel ziet ook de Raad voldoende aanknopingspunten in hetgeen is vermeld in de toelichting op de hiervoor genoemde Regeling, waaruit blijkt dat bij de beslissing om de aanspraak op fysio- en oefentherapie te beperken zowel gekeken is naar de omvang en de noodzaak van de voorzieningen en naar de kwaliteitseisen die daaraan gesteld moeten worden als naar de betaalbaarheid. Dit betekent dat er voor het College in beginsel geen ruimte is om de gevraagde bijzondere bijstand toe te kennen. Geen sprake van zeer dringende redenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl