CRvB 24 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4259
Herziening vaststelling ouderbijdrage. De Raad: de verkoop van het melkquotum is in fiscale zin als gedeeltelijke staking van de onderneming gekwalificeerd in verband waarmee door de belastingdienst stakingswinst is toegekend; de verkoop van het melkquotum moet worden aangemerkt als een vorm van een (definitieve) gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging. Alleen in die situatie dient het eenmalig hoge inkomen van betrokkene 1 in 2003 en de daling van het inkomen in 2004 niet te worden gerekend tot de inkomensschommelingen die in het algemeen normaal kunnen worden geacht bij de gekozen wijze van inkomensverwerving. Uit de gedingstukken blijkt niet dat de IB-groep bij de totstandkoming van haar besluit heeft bezien of de verkoop van het gehele melkquotum door betrokkene 1 in 2003 in fiscale zin is geaccepteerd als gedeeltelijke staking van de onderneming in verband waarmee de winst die daarmee is behaald is aangemerkt als fiscale stakingswinst.Het besluit berust op een onzorgvuldige voorbereiding en een ondeugdelijke motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl