CRvB 16 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3981
Beoordeling en ontslag. De beoordeling beslaat feitelijk een periode van één maand. De Raad deelt het standpunt van appellante dat dit een te korte periode betreft. Bovendien is het tijdstip waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden, september 2003, niet in overeenstemming met de afspraken.De omstandigheid dat de beoordeling over de periode 15 juli 2003 tot 1 september 2003 geen stand houdt, brengt naar het oordeel van de Raad niet met zich mee dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat appellante ongeschikt is voor haar functie. Op grond van de overige gedingstukken, waaronder de in rechte vaststaande beoordeling over de periode september 2003 tot maart 2004, is voor de Raad voldoende komen vast te staan dat appellantes functioneren niet alleen functie-inhoudelijk, maar ook in houding en gedrag te wensen overliet.
De uitspraak op rechtspraak.nl