CRvB 17 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3936

Herziening WAZ-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De Raad: bij een beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid kan de keuze met betrekking tot de maatman en het maatmaninkomen volledig worden getoetst. Bij de bepaling van het maatmaninkomen van een zelfstandige dient voor de gevallen waarin dat praktisch mogelijk is, steeds als uitgangspunt te gelden de door de fiscus aanvaarde nettowinst over de laatste drie boekjaren voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Appellant was in de periode bedoeld in 3.3 werkzaam als melkveehouder. Gedurende deze periode heeft appellant gewerkt in een maatschap met zijn vader (tot 15 januari 1990), vervolgens als zelfstandige (van 15 januari 1990 tot 1 januari 1991) en ten slotte in een maatschap met zijn echtgenote (per 1 januari 1991). In zo’n geval bestaat er naar het oordeel van de Raad geen aanleiding af te wijken van de wijze waarop het maatmaninkomen van een zelfstandige dient te worden bepaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen