CRvB 18 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3850

Verzoek herziening AOW-pensioen. Weigering om de korting op het AOW-pensioen van appellante met een verdere terugwerkende kracht dan tot 1 januari 2002 ongedaan te maken. Geen nova. Appellante had onder meer op grond van de publicatie in het blad “Inzicht” in januari 1999 en de aandacht in de media voldoende bekend kunnen zijn met de mogelijke consequenties van het arrest Wessels-Bergervoet voor haar uitkeringssituatie alsmede met de mogelijkheid een verzoek om herziening dienaangaande in te dienen. De Raad stelt vast dat appellante behoort tot de in het beleid van de Svb bedoelde groep van personen die binnen een jaar na het arrest Wessels-Bergervoet hebben verzocht om herziening van hun ouderdomspensioen, nu zij in oktober 2002 een verzoek daartoe heeft ingediend. De Svb heeft geheel in overeenstemming met de hiervoor weergegeven handelwijze voor deze groep personen het ouderdomspensioen van appellante herzien in een volledig pensioen voor een gehuwde, met een terugwerkende kracht tot 1 januari 2002. Geen ongerechtvaardigde schending van artikel 1 EP. Afzien horen: de Svb heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat er redelijkerwijs geen twijfel over was dat het bezwaar ongegrond was. Geen bijzonder geval, geen aanleiding voor een individueel toetsingsmoment. Instemming met 'proefprocedure' : geen schending redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen