CRvB 21 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3666

Het hoger beroep moet wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard. Uit de stukken blijkt dat het College bij besluit van 7 januari 2009 appellant opnieuw vrijstelling heeft verleend van de verplichtingen van artikel 9, eerste lid, van de WWB tot 1 september 2009. Ter zitting is gebleken dat aan appellant geen maatregelen zijn opgelegd wegens het niet nakomen van de aan hem bij besluit van 7 september 2006 opgelegde arbeidsverplichtingen, en dat door het College een maatregel ter zake van de afgesloten periode - te weten de periode gelegen voor de opnieuw verleende vrijstelling - niet wordt overwogen. Nu een oordeel van de Raad over de afgesloten periode geen betekenis kan hebben voor een toekomstige periode, kan geen procesbelang worden vastgesteld bij een beoordeling ten gronde van het besluit van 19 december 2006. De Raad ziet onvoldoende grond om wel een belang aan te nemen door geleden immateriële schade appellant nu hij geenszins aannemelijk heeft gemaakt dat daadwerkelijk schade is geleden als gevolg van het besluit van 19 december 2006.

De uitspraak op rechtspraak.nl