CRvB 11 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3300

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Oplegging disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken, voor het vervolgen van zijn loopbaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers gedrag tegenover een stagiaire die aan zijn zorgen was toevertrouwd, dermate ernstig plichtsverzuim oplevert dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is te achten. De voorzieningenrechter heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat verzoeker eerder, in juli 2005, expliciet door de dienstleiding is medegedeeld dat zijn gedrag tegenover vrouwelijke medewerkers nadere aandacht verdient. Ook al is niet vast te stellen wat zich destijds precies heeft afgespeeld, appellant kon zich door die mededeling in ieder geval een gewaarschuwd man weten. Het lange dienstverband van verzoeker ten slotte behoefde voor de minister geen reden te zijn om een minder zware straf op te leggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen