CRvB 3 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2546

Toerekening WAO-uitkering van werknemer aan eigenrisicodragende werkgeefster. De Raad overweegt dat het in geding van toepassing zijnde wettelijk stelsel met juistheid is weergegeven in de aangevallen uitspraak. De periode van het dragen van het eigen risico als bedoeld in artikel 75a, eerste lid, van de WAO, in verband met de overgangsregeling in artikel 91b van de WAO bedraagt vijf in plaats van vier jaar. Voorts geldt op grond van artikel 75b, eerste lid, van de WAO een zogenoemd inlooprisico voor een reeds lopende WAO-uitkering van een werknemer vanaf de dag dat een werkgever als appellante eigen risicodrager is geworden. Naar het oordeel van de Raad ligt het op de weg van de werkgever bij het aangaan van het eigen risicodragerschap de voor- en nadelen af te wegen, waarbij mede een rol behoort te spelen dat de periode van toerekening van een WAO-uitkering aan de eigen risicodrager beperkt is. Toerekening is niet in strijd met de artikelen 14 en 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Geen sprake van ongelijke behandeling tussen werknemer en werkgever. De Raad volgt niet de stelling dat de artikelen 75a en 75b van de WAO wegens strijdigheid met de grondslag van de verzekeringsgedachte onverbindend zouden zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen