CRvB 25 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0790

De Raad stelt vast dat het Uwv het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkene heeft verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en in hoger beroep. De Raad constateert verder dat, nu het Uwv blijkens de aangevallen uitspraak reeds door de rechtbank is veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg, hier nog slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling staan. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten. De in verband met het hoger beroep door de gemachtigde van betrokkene gemaakte reiskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu betrokkene zelf niet aanwezig is geweest bij de zitting van 5 november 2008 en het Bpb niet voorziet in vergoeding van de door een professionele gemachtigde gemaakte reiskosten.Met betrekking tot het namens betrokkene gedane verzoek om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente overweegt de Raad dat artikel 21a van de Beroepswet niet de mogelijkheid biedt in hoger beroep, nadat het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken, toepassing te geven aan artikel 8:73 van de Awb. De Raad verwijst naar zijn uitspraak van 22 maart 2005, LJN AT3476. Betrokkene zal zich met het verzoek om vergoeding van renteschade dienen te wenden tot het Uwv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen