CRvB 18 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0668
Oplegging disciplinaire straf van verplaatsing naar een andere unit naar aanleiding van een ongeval met een dienstauto. Appellant heeft met toepassing van artikel 66, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) op betrokkene de omboekingskosten ad € 125, - en de kosten van het vliegticket van zijn vervanger ad € 1.955, - (in totaal € 2.080, -) verhaald. De Raad stelt voorop dat de schade aan de auto en de tuin onmiskenbaar in causaal verband met het aan betrokkene toe te rekenen handelen in de auto staat. Die schade is betrokkene evenwel niet in rekening gebracht omdat zij uit een bij de GGCT bestaand “potje” kon worden betaald. Met de schade die op betrokkene is verhaald was dat niet het geval. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat die schade niet in rechtens relevant causaal verband met het bedoelde handelen van betrokkene staat. Die schade is immers het directe gevolg van de beslissingen (aan de kant) van appellant om betrokkene niet langer in de GGCT te handhaven, hem naar Nederland te repatriëren, hier te lande een vervanger aan te wijzen en deze per vliegtuig (business class) naar Curaçao over te brengen. Dit zijn alle beslissingen die appellant niet zonder afweging van betrokken belangen heeft kunnen nemen en die buiten de directe invloedssfeer van betrokkene staan. Daarom staat de schade die uit deze beslissingen voortvloeit ten bedrage van € 2.080,- in een te ver verwijderd verband met de meerbedoelde handeling van betrokkene om een rechtens relevant causaal verband ter zake aanwezig te kunnen achten.
De uitspraak op rechtspraak.nl