CRvB 19 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI9750

Afwijzing aanvraag van appellant om ten behoeve van zijn zoons een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten voor het schooljaar 2005 - 2006 te verlenen, zulks onder handhaving als reden voor de afwijzing dat op tegemoetkoming geen recht bestaat, aangezien de aanvraag te laat is ingekomen. In artikel 11.4 van de Wtos is bepaald dat de IB-Groep voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing kan laten of daarvan kan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Naar het oordeel van de Raad worden met het aldus geformuleerde en gehanteerde beleid de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet overschreden en kan een in overeenstemming met dit beleid genomen besluit in beginsel de rechterlijke toets doorstaan. Betrokkene kan aan dat beleid geen aanspraak ontlenen. Uit de geschetste omstandigheden komt niet naar voren dat appellant niet (op enig moment) in staat is geweest de aanvraag tijdig in te dienen of iemand anders, bijvoorbeeld zijn partner die op hetzelfde adres woont als hij, te vragen dat voor hem te doen of hem daarbij te helpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen