CRvB 9 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI9724

1) Intrekking en terugvordering tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang. Raad is niet bevoegd. Doorzending aan Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2) Intrekking bijstand. Gezamenlijke huishouding. Schending inlichtingenverplichting. Aan anonieme tips en ongespecificeerde waarnemingen geen bewijswaarde toekennen. Overige onderzoeksbevindingen bieden voldoende feitelijke grondslag. Observaties toegestaan. Het feit dat schending van de inlichtingenverplichting als zodanig een strafbaar feit kan opleveren, betekent niet dat het bestuursorgaan gehouden is aan de betrokkene bescherming te bieden als ware hij verdachte in strafrechtelijke zin. Geen criminal charge, op grond waarvan recht bestaat op aanwezigheid raadsman vanaf aanvang van het onderzoek. Geen schending art. 6, lid 3 EVRM. Geen sprake van ontoelaatbaar verkregen bewijs. Geen rden om appellante niet aan haar verklaringen te houden, niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bedreiging. Verklaringen buurtgenoten toelaatbaar. Gezamenlijke huishouding beoordelen op basis van objectieve criteria, de motieven van de betrokkenen en de aard van hun onderlinge relatie kan niet van belang zijn. Voor het voldoen aan het zorgcriterium is niet vereist dat sprake is van een min of meer gelijke bijdrage in de kosten van de huishouding of van gelijkwaardigheid in de omvang van de over en weer verleende zorg. Niet is gebleken dat de zorg volstrekt eenzijdig is geweest. 3) Terugvordering. De rechtbank heeft de terugvordering gedeeltelijk vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van de terugvordering voor een gedeelte in stand gelaten. Dit is niet juist. Een terugvorderingsbesluit moet immers als één geheel moet worden beschouwd, nu dit uitmondt in één daarin te vermelden bedrag en dat besluit ingevolge artikel 60, derde lid, van de WWB een executoriale titel oplevert. 4) Afwijzing aanvraag bijstand. Geen wijziging in omstandigeheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen