CRvB 21 mei 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI8400

De Raad oordeelt dat de weigering van gezinsbijstand in de gegeven omstandigheden niet tot effect heeft dat de normale ontwikkeling van het privé- en gezinsleven van appellant en de kinderen onmogelijk wordt gemaakt (...) en niet gesproken kan worden van een zodanige aantasting van de hierboven beschreven “very essence” van het EVRM dat dit zou moeten leiden tot de positieve verplichting van de staat om bijstand te verlenen. Naar het oordeel van de Raad heeft de weigering van bijstand op grond van de verblijfsstatus van appellant in de gegeven omstandigheden niet tot gevolg dat geen sprake is van een “fair balance” tussen de met het koppelingsbeginsel nagestreefde publieke belangen en de particuliere belangen van appellant. Van een schending van artikel 8 EVRM is dan ook naar het oordeel van de Raad geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen