CRvB 20 mei 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI7040

Schorsing. Ten tijde van het treffen van de maatregel was sprake van een concrete verdenking van ernstige strafbare feiten; ten tijde van het nemen van het bestreden besluit was sprake van een strafvervolging van appellant voor (ambts)misdrijven. Dat verweerder groot gewicht heeft toegekend aan de functie van appellant, acht de Raad begrijpelijk. De nadelige gevolgen van de schorsing voor het persoonlijk belang van appellant om te kunnen functioneren zijn niet onevenredig in verhouding met het door de schorsing te dienen doel dat het openbaar ministerie geloofwaardig functioneert. Met de schorsing werd een redelijk doel gediend, ook nu appellant ziek was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen