CRvB 23 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI2185
1. Weigering ANW-uitkering omdat appellanten niet ouderloos zijn geworden, nu hun moeder nog in leven is. 2. Redelijke termijn. 1. In de bezwaarschriften is namens appellanten aangevoerd dat een bewijsstuk is overgelegd waaruit blijkt dat de moeder ontzet is uit de ouderlijke macht. Op grond van rapportage van het Internationaal Juridisch Instituut moet geconcludeerd worden dat niet aangenomen kan worden dat door de rechtbank te Marokko een vonnis is gewezen dat in essentie overeenkomt met een ontzetting van het ouderlijk gezag naar Nederlands burgerlijk recht als bedoeld in artikel 9 van de ANW. Het vervallen van het verzorgingsrecht van de moeder niet tot gevolg heeft gehad dat zij is ontzet uit het gezag. Weigering ANW terecht. 2. Totale duur procedure ruim 5 jaar. Behandeling van het hoger beroep heeft vier jaar en iets minder dan twee maanden geduurd. Aan deze vaststelling kan het vermoeden worden ontleend dat de redelijke termijn is geschonden door de Raad. Heropening van het onderzoek. De Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) wordt aangemerkt als partij in die procedures.
De uitspraak op rechtspraak.nl