CRvB 11 maart 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH6366
Afwijzing aanvraag additionele voorziening voor 11 doventolkuren per week. Reeds toegekend 5 uur per week. Appellante heeft aanvraag gedaan om haar leidinggevende functie goed te kunnen vervullen. Art. 35, lid 4 WIA biedt grondslag voor beperking aantal te vergoeden doventolkuren in AMvB. Regelgever heeft maximum gesteld op 15% van de werktijd. Het beleid, om in incidentele gevallen te kunnen afwijken, is geen beleidsregel, maar een bestendige gedragslijn. De door appellante uitgeoefende functie moet voor haar - in het licht van de toepassing van het beleid - niet passend worden geacht nu zij voor meer dan 40 procent van de werktijd een beroep moet doen op ondersteuning door een doventolk. In een passende functie moet in beginsel kunnen worden volstaan met 15% doventolkuren. Is sprake van een onbillijkheid van overwegende aard indien appellante een additionele voorziening voor doventolkuren wordt onthouden? De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en vernietigt het bestreden besluit. Uwv dient een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Daarbij mag in het kader van de door art. 7, lid 4, Reïntegratiebesluit bedoelde discretionaire bevoegdheid betekenis toekomen aan de vraag of en in hoeverre de functie van appellante gedeeltelijk kan worden aangepast en of en in hoeverre van de werkgever mag worden gevergd dat hij een deel van de kosten van de doventolkuren voor zijn rekening neemt.
De uitspraak op rechtspraak.nl