CRvB 28 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH2667

Intrekking hoger beroep. Uwv geheel aan appellante tegemoetgekomen. 1) Afwijzing verzoek om immateriële schadevergoeding. 2) Berekening wettelijke rente. 1) Vordering immateriële schadevergoeding niet gebaseerd op schending redelijke termijn, art. 6 EVRM. Of er aanleiding is naast de toepassing van art. 6 EVRM nog immateriële schadevergoeding toe te kennen, moet aansluiting worden gezocht bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht. Niet aannemelijk gemaakt dat appellante zodanig heeft geleden dat sprake was van geestelijk letsel (zie art. 6:106, lid 1, BW). 2) Volgens vaste rechtspraak van de Raad, waarin is aangesloten bij een arrest van de HR, moet bij de berekening van de wettelijke rente rekening worden gehouden met hetgeen het Uwv krachtens een sociale zekerheidswet over hetzelfde tijdvak als waarop de nabetaling van de uitkering betrekking heeft, bruto heeft moeten verrekenen. Het arrest van de HR waar appellante naar verwijst, ziet op een andere feitelijke situatie (wettelijke rente i.v.m. ten onrechte betaalde accijnzen), een ander wettelijk kader en een andere rechtsregel dan hier aan de orde. In beginsel berekening wettelijke rente per maand, maar niet door appellante gemotiveerd dat berekening per jaar voor haar ongunstig is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen