CRvB 18 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH2388

De kantonrechter was van oordeel dat de werkgever met de overgelegde verklaringen meer dan aannemelijk heeft gemaakt dat appellante misbruik heeft gemaakt van haar leidinggevende positie en is duidelijk geworden dat appellante het heeft doen voorkomen dat zij in 2006 functioneringsgesprekken heeft gevoerd. Het Uwv heeft geen onderzoek bij de werkgever ingesteld en heeft zijn standpunt dat sprake is van een dringende reden, gebaseerd op de beschikking van de kantonrechter en de bij het ontbindingsverzoek overgelegde verklaringen. Gelet op de inzichtelijke en inhoudelijk consistente verklaringen en op hetgeen in bezwaar is aangevoerd, neerkomend op een blote ontkenning van de inhoud van die verklaringen, heeft het Uwv daarmee niet onzorgvuldig gehandeld en was verder onderzoek niet aangewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen