CRvB 22 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1941
Heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ten onrechte toepassing heeft gegeven aan art. 8:86, lid 1, Awb, omdat betrokkene nog bezig was bewijs te achterhalen? De voorzieningenrechter komt bij het toepassen van deze bevoegdheid aanzienlijke vrijheid toe. Geen strijd met een goede procesorde door toe te staan dat de minister ter zitting een stuk heeft ingebracht. Bëindiging werkzaamheden. Aanwijzing als herplaatsingskandidaat. Geen rechtens te honoreren vertrouwen dat appellant benoemd zou worden als hoofd bureau HID. Bij plaatsingsprocedure is het geschiktheidscriterium leidend, waarbij de minister een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Assessment is in beginsel een geschikt instrument om de mate van geschiktheid objectief vast te stellen. Appellants weigering daaraan deel te nemen komt voor zijn risico.
De uitspraak op rechtspraak.nl