CRvB 22 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1663
Weigering WW-uitkering. De Raad oordeelt dat de aan appellant op grond van het BZA verstrekte suppletie, gezien het karakter van die uitkering, is aan te merken als een aan het wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 soortgelijke uitkering op grond van ontslag of werkloosheid als hiervoor bedoeld. Ter voorlichting van appellant wijst de Raad nog op artikel 5, derde lid, van het BWOO, waaruit volgt dat na eindiging van de suppletie die appellant ontving, onder bepaalde voorwaarden, waaraan appellant lijkt te voldoen, recht bestaat op een BWOO-uitkering.
De uitspraak op rechtspraak.nl