CRvB 24 oktober 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG1905
Weigering tegemoetkoming ogv Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Inkomen van appellant is te hoog en appellant is niet de wettelijke vertegenwoordiger die volgens de wet een tegemoetkoming kan aanvragen. Art. 1.3, lid 1 aanhef en onder a, WTOS, dient strikt grammaticaal uitgelegd te worden. De tekst van deze dwingendrechtelijke regeling is immers volstrekt helder en laat geen ruimte voor twijfel over bedoeling van de wetgever en strekking van de wet : uitsluitend natuurlijke personen die behoren tot één van de drie opgesomde categorieën kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Geen aanleiding hardheidsclausule toe te passen. Nadere informatie van Ministerie OCW biedt geen aanknopingspunt voor een andere benadering.
De uitspraak op rechtspraak.nl