CRvB 25 oktober 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF3469
Medische beoordelingsfouten vallen niet onder het begrip dienstongeval a.b.i. art. 147.3 AMAR. De commandant van de Krijgsmacht hospitaal-organisatie heeft, naar aanleiding van appellants klacht over de medisch-specialistische behandeling die hij na zijn operatie op 23 juni 1994 in het Centraal Medisch Hospitaal te Utrecht heeft ontvangen, bij brief van 12 april 1995 aangegeven dat daarbij fouten zijn gemaakt, onder meer bij het voorschrijven van medicatie en het betrachten van voldoende waakzaamheid bij de uitvoering van het behandel- en verpleegplan waarna appellants situatie acuut is verergerd, hij een tweede maal moest worden geopereerd en nadelige gevolgen daarvan heeft ondervonden. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Raad: Het begrip ongeval is noch in het AMAR noch in enig andere hier van toepassing zijnde regeling gedefinieerd. Gedaagde heeft in dit geval een aan rechterlijke uitspraken ontleende definitie gehanteerd die inhoudt dat als ongeval wordt aangemerkt: “een gekwetst worden door een onvoorziene omstandigheid, bepaald door een misgreep, een van buiten komende gebeurtenis of onverwacht geweld”. Appellant heeft te kennen gegeven zich in deze definitie op zich wel te kunnen vinden. Wat partijen verdeeld houdt is of de in het kader van de geneeskundige behandeling van appellant na zijn operatie op 23 juni 1994 gemaakte fouten binnen de grenzen van deze definitie vallen. Naar het oordeel van de Raad vallen medische beoordelingsfouten als gevolg waarvan direct/acuut medisch handelen achterwege is gebleven - en daarom gaat het hier - niet binnen die grenzen. Art. 147 AMAR biedt ook anderszins te weinig houvast voor de stelling dat onder ongeval tevens dient te worden begrepen een behandeling of verzorging in de medische sfeer die tot ziekte of vertraging in het herstel daarvan heeft geleid. Dat neemt niet weg dat ook als geconcludeerd wordt dat er geen ongeval heeft plaatsgehad, het in een dergelijke situatie in het belang van de militair kan zijn dat hetgeen is gebeurd wordt geregistreerd om aan de hand daarvan te kunnen vaststellen of er een causaal verband bestaat tussen ziekte of gebrek en het uitoefenen van de militaire dienst. Dit belang is inmiddels ook door de regelgever erkend en verder uitgewerkt in de Regeling proces-verbaal van ongeval en rapportage medische aangelegenheden. Deze regeling is per 1 januari 1998 van kracht geworden voor ongevallen en medische aangelegenheden die vanaf deze datum hebben plaatsgevonden. M.b.t. de onderhavige situatie voert het te ver om op deze regeling vooruit te lopen, waarbij de Raad opmerkt dat dit ook niet nodig is nu van de zijde van de Krijgsmacht hospitaalorganisatie een onderzoek is verricht naar de relevante gebeurtenissen en van de onderzoeksresultaten mededeling is gedaan aan appellant bij voornoemd schrijven van 12 april 1995. Bevestiging aangevallen uitspraak. Staatssecretaris van Defensie, gedaagde. mrs. C.G. Kasdorp, G.L.M.J. Stevens, G.J.H. Doornewaard
De uitspraak op rechtspraak.nl