CRvB 2 oktober 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE9271

Nu betrokkene op 1 juli 1998 niet rechtmatig in Nederland verbleef, is weigering kinderbijslag niet in strijd met art. 26 IVBPR. Dat betrokkene later een vergunning op basis van Witte illegalenregeling kreeg, doet daar niet aan af. Appellant heeft de Marokkaanse nationaliteit en verblijft sedert 1989 in Nederland. Op 10 december 1998 heeft appellant een verzoek om verlening van vergunning tot verblijf ingediend. Gedaagde heeft appellant medegedeeld dat hij gedurende het derde kwartaal 1998 tot en met tweede kwartaal 1999 geen recht heeft op kinderbijslag nu hij ex art. 6.2 AKW, zoals dat sinds de invoering van de Koppelingswet luidt, per 1 juli 1998 niet (langer) verzekerd is o.g.v. de AKW De Raad stelt vast dat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef in de zin van art. 1b, aanhef en onder 3, van de Vw. De Raad is derhalve van oordeel dat de weigering van kinder-bijslag aan appellant over het derde kwartaal van 1998 tot en met het tweede kwartaal van 1999, op de grond dat appellant niet langer verzekerd was ingevolge die wet, niet als strijdig met art. 26 IVBPR kan worden bestempeld. Het enkele gegeven dat appellant op 10 december 1998 een verzoek om verlening van een vergunning tot verblijf heeft ingediend en dat hem bij beschikking van 6 maart 2002 met ingang van 23 november 1999 op grond van de zogenaamde Witte illegalenregeling een dergelijke vergunning is verleend kan niet tot een ander oordeel leiden. Bevestiging aangevallen uitspraak. De Sociale Verzekeringsbank, gedaagde. mr. T.L. de Vries

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen