CRvB 29 januari 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AD9473
Voor het eerst kenbaar maken van grief in hoger beroep is niet in strijd met regels van goede procesorde. Beëindiging Abw-uitkering omdat het vermogen van appellant het vrij te laten vermogen overtreft. Met betrekking tot de eerst in hoger beroep opgeworpen grief van appellant overweegt de Raad in de eerste plaats dat hij de opvatting van gedaagde in zijn verweerschrift dat appellant in strijd met de regels van goede procesorde handelt door deze grief pas nu aan de orde te stellen, niet onderschrijft. De Raad is van oordeel dat wanneer een belanghebbende een grief tijdig kenbaar maakt aan de Raad en de gedaagde partij in de gelegenheid is geweest gemotiveerd op die grief te reageren, geen geschreven of ongeschreven rechtsregel aan beoordeling van die grief in de weg staat. Niet gebleken is dat appellant met het aanvoeren van deze grief buiten de grenzen van het geschil is getreden of in een eerdere fase van de procedure welbewust ervan heeft afgezien bepaalde (mogelijke) gebreken van het bestreden besluit aan de orde te stellen. Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage, gedaagde. mrs. G.A.J. van den Hurk, J.M.A. van der Kolk-Severijns, N.J. van Vulpen-Grootjans Deze uitspraak is, met een ander selectiemotief, tevens in de Materiële Signalering van deze Nieuwsbrief opgenomen onder nummer 115.
De uitspraak op rechtspraak.nl