CRvB 19 december 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD8133

Kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Weigering WW-uitkering op de grond dat appellant niet voldoet aan de referte-eis als bedoeld in art. 17 sub a WW. De Raad acht de weigering terecht en bevestigt de aangevallen uitspraak. De Raad is van oordeel dat in dit geval sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. De enkele stelling van appellant dat hij in méér dan 25 weken werkzaam is geweest is volstrekt onvoldoende ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij aan de referte-eis voldoet. Appellant laat bovendien in hoger beroep opnieuw na enig bewijs aan te dragen voor zijn stelling en is noch bij de hoorzitting van gedaagde noch ter zitting bij de rechtbank noch ter zitting van de Raad verschenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen