CRvB 24 januari 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AB0718

Brief inzake besluitvorming over verzoek om in overleg te treden met het Duitse orgaan is besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Mededeling bij brief van de SVB van 3 januari 1996, inhoudende dat het Duitse orgaan geen mogelijkheid ziet te komen tot een overeenkomst op grond van art. 17 van de EG-Verordening 1408/71 en dat A ook vanaf 1 januari 1996 aan de Nederlandse wetgeving onderworpen blijft. A ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid zowel een Nederlandse als een Duitse sociale-verzekeringsuitkering. Sedert 28 augustus 1990 wordt hij verplicht verzekerd ingevolge de Nederlandse Ziekenfondswet (ZFW) geacht. De inzet van het onderhavige geding is dat A onder het Duitse stelsel terzake van ziektekostenverzekering wenst te vallen. Ten aanzien van het besluitkarakter van het handelen van een bevoegd orgaan in het kader van deze bepaling acht de Raad allereerst van betekenis dat hierbij onmiskenbaar de rechtspositie van een betrokkene (als A), gerelateerd aan grensover- schrijdende sociale zekerheid, aan de orde is. De reikwijdte van het handelen van een bevoegd orgaan als de SVB wordt in de eerste plaats beïnvloed door het bevoegdheidskarakter van de onderhavige bepaling, en vervolgens beperkt door het vereiste van overeenstemming met, in casu, een ander bevoegd orgaan. Een beslissing van de SVB ingevolge art. 17 van Verordening 1408/71 kan dan ook niet meer inhouden dan het resultaat van de afweging of het van zijn bevoegdheid ingevolge die bepaling gebruik zal maken, en zo ja, de bereidverklaring met het andere bevoegde orgaan tot overeenstemming te geraken betreffende een in het belang van de betrokkene te maken uitzondering op het in de voorafgaande artikelen van titel II van de Verordening bepaalde. In zoverre is er naar het oordeel van de Raad echter, in afwijking van de visie van de rechtbank, wel sprake van een besluit in de zin van art. 1:3 Awb. In het onderhavige geval is de besluitvorming naar aanleiding van A 's verzoek voor het eerst schriftelijk neergelegd in de brief van de SVB van 3 januari 1996, welke dan ook als een besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt. Het (hoger) beroep van A overstijgt de reikwijdte van een besluit ingevolge art. 17 van de Verordening, aangezien de SVB daarbij niet kan bewerkstelligen dat de Duitse wetgeving op hem van toepassing wordt en zeker niet dat aanspraak bestaat op bepaalde voorzieningen ingevolge die wetgeving. Beroep van A alsnog niet-ontvankelijk verklaard. A te B en de Sociale Verzekeringsbank, appellanten. mrs. N.J. Haverkamp, F.P. Zwart, T.L. de Vries

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen