CRvB 4 januari 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AA9922
Verklaring dat geen sprake is van dienstongeval is geen besluit als bedoeld in art. 1:3, eerste lid Awb. Bevestiging rechtbank Dordrecht d.d. 8 mei 1998, ECLI:NL:RBDOR:1998:AA9908. Brief van 16 mei 1995 van gedaagde, inhoudende dat geen sprake is van een dienstongeval. De Raad heeft evenals de rechtbank moeten constateren dat een publiekrechtelijke grondslag waaraan gedaagde de bevoegdheid of verplichting zou (kunnen) ontlenen om een besluit (in de zin van art. 1:3 Awb) op het verzoek van appellante te nemen niet aanwijsbaar is. De Raad vermeldt in dit verband uitdrukkelijk dat het door appellante gedane verzoek niet strekte tot het verkrijgen van (een besluit van gedaagde terzake van aan haar toe te kennen) vergoeding van schade (noch in de zin van art. 44 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement noch anderszins). De verlangde erkenning dat er sprake is van een dienstongeval dient blijkens het proces-verbaal van de behandeling van het geding in eerste aanleg te worden opgevat als, zoals het namens appellante bij die gelegenheid is omschreven, "een verklaring voor recht". Evenals de rechtbank vermag de Raad niet in te zien dat aan een enkele uitspraak van gedaagde omtrent het kwalificeren van een incident als dienstongeval enige verder reikende betekenis zou toekomen dan die van een standpuntbepaling, een gegeven van feitelijke aard dat op zichzelf de rechtspositie van appellante niet wijzigt of bepaalt. De omstandigheid dat dit feitelijk gegeven mogelijk in de toekomst door appellante zou kunnen worden gebruikt bij een later (bij gedaagde of bij de burgerlijke rechter) in te dienen verzoek om schadevergoeding verleent daaraan naar het oordeel van de Raad niet het karakter van een besluit in de zin van de Awb. Daarvoor is immers, gezien het bepaalde in art. 1:3 van die wet, kenmerkend dat het gaat om een publiekrechtelijke rechtshandeling, een handeling derhalve waaraan het bestuursrecht rechtsgevolgen verbindt. Van een rechtstreeks en concreet verband als hier vereist tussen de verlangde handeling (de van gedaagde verlangde verklaring) en door het bestuursrecht verleende rechtsgevolgen is naar het oordeel van de Raad geen sprake. Het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam, gedaagde. mrs. W. van den Brink, J.H. Kreveld, R. Kooper
De uitspraak op rechtspraak.nl