CRvB 7 september 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA8322
Bij vernietiging besluit door rechtbank zonder toepassing van het derde of vierde lid van art. 8:72 Awb hoeft geen opdracht in het dictum te worden opgenomen. Diverse besluiten t.a.v. appellant, waaronder een besluit tot uitschrijving uit het bestand van het mobiliteitscentrum. De rechtbank achtte de uitschrijving een handeling waardoor appellant rechtstreeks in zijn belang is getroffen omdat de uitschrijving betekent dat hij geen hulp meer krijgt bij het zoeken naar een andere betrekking. Volgens appellant heeft de rechtbank ten onrechte nagelaten aan de vernietiging van het bestreden besluit een opdracht aan gedaagde te verbinden. De Raad is van oordeel dat een vernietiging van een besluit op bezwaar in een geval als het onderhavige, waarin de rechtbank niet zelf in de zaak heeft voorzien of de rechtsgevolgen in stand heeft gelaten, vanuit de aard van de zaak meebrengt dat gedaagde een nieuw besluit op het bezwaarschrift dient te nemen. Het enkele feit dat de rechtbank geen opdracht dienaangaande in het dictum van de uitspraak heeft opgenomen kan daarom niet tot vernietiging van die uitspraak leiden. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaagde. mrs. W. van den Brink, H.A.A.G. Vermeulen, G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
De uitspraak op rechtspraak.nl