CRvB 4 oktober 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA8249
Onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden in art. 66a Anw vindt rechtvaardiging in doel van de invoering van deze bepaling. Het onderscheid dat art. 66a Anw maakt tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden valt rechtstreeks te herleiden tot het doel van de invoering van die bepaling; het gaat om een groep die aan de AWW wel aanspraak kon ontlenen en niet in staat is geweest het door de invoering van de Anw ongedekt geworden overlijdensrisico te verzekeren. De Raad acht dit doel van de bepaling alleszins gerechtvaardigd en is verder van oordeel dat het in dat verband gemaakte onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden de toets aan evenvermelde verdragsbepalingen kan doorstaan; de twee groepen zijn immers niet vergelijkbaar op het punt van het bestaan van een wettelijke verzekering terzake van het overlijdensrisico onder de vigeur van de AWW. De Sociale Verzekeringsbank, gedaagde. mrs. N.J. Haverkamp, F.P. Zwart, R. Kooper
De uitspraak op rechtspraak.nl