CRvB 28 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA8135

Vergoeding voor kosten psychiatrische expertise moet worden berekend o.g.v. art. 1, eerste lid onderdeel IV van het Besluit tarieven in strafzaken en niet o.g.v. art. 1, eerste lid onderdeel I van dat Besluit. Intrekking hoger beroep met verzoek om toekenning proceskosten, o.a. voor psychiatrische expertise. Raad: De kosten door verzoeker gemaakt voor de door hem in geding gebrachte psychiatrische expertise komen voor vergoeding in aanmerking. Waar in art. 8:36, tweede lid Awb het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde van overeenkomstige toepassing is verklaard en de Raad geen grond ziet om wat betreft de vergoeding van kosten verbonden aan op verzoek van partijen door een deskundige uitgebrachte verslagen onderscheid te maken tussen enerzijds psychiaters en anderzijds andere medisch specialisten en niet medisch deskundigen, is de Raad - anders dan gedaagde - van oordeel dat voor bepaling van de omvang van de terzake de betrokken psychiatrische expertise toe te kennen vergoeding geen aansluiting moet worden gezocht bij het bepaalde in art. 1, eerste lid, onderdeel I, van het Besluit tarieven in strafzaken, maar bij het bepaalde in onderdeel IV van dat artikellid. Nu de betrokken psychiater blijkens de door verzoeker overgelegde specificatie aan de t.b.v. verzoeker uitgebrachte expertise 13 uur heeft besteed, begroot de Raad de kosten van die deskundige op 13 x f 116,60 = f 1.515,80. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde. mrs. H. van Leeuwen, W.D.M. van Diepenbeek, T. Hoogenboom

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen