CRvB 28 september 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA7653

Apotheker die geneesmiddel verstrekt is niet rechtstreeks getroffen door besluit om dit middel niet te vergoeden. Afwijzing aanvraag namens appellante 1 om verstrekking van het geneesmiddel CellCept. Appellante 2, zelfstandig apotheker te B, heeft het voorgeschreven geneesmiddel aan appellante 1 verstrekt, zonder dat de kosten ad f 1.035,62 per maand door gedaagde zijn vergoed. De Raad stelt vast dat appellante 2 in haar hoedanigheid van zelfstandig apotheker heeft zorggedragen voor de aflevering van CellCept aan appellante 1. Appellante 2 en gedaagde hebben hun onderlinge rechtspositie nader geregeld in een medewerkersovereenkomst als bedoeld in Hoofdstuk IV van de Zfw. Krachtens deze overeenkomst is de apotheker gehouden de farmaceutische hulp te verlenen waarop appellante 1 krachtens de Zfw aanspraak heeft. Gedaagde heeft zich verplicht deze hulp volgens overeengekomen tarieven te vergoeden. De Raad beantwoordt de vraag of appellante 2 als belanghebbende in de zin van art. 1:2, eerste lid, Awb kan worden aangemerkt ontkennend. De door appellante 2 gestelde belangen zijn ingebed in de tussen appellante 2 en appellante 1 bestaande rechtsbetrekking; deze belangen zijn derhalve niet rechtstreeks betrokken bij het bestreden besluit. Het gegeven dat tussen appellante 2 en gedaagde een in de Zfw geregelde medewerkersovereenkomst is gesloten maakt dit niet anders. Ook daarvoor geldt dat het belang van appellante 2 niet rechtstreeks is betrokken bij het bestreden besluit. Dat appellante 2 het een principiële zaak vindt dat het middel CellCept ten laste van de Zfw aan alle daarvoor op medische gronden in aanmerking komende verzekerden verstrekt kan worden, is geen belang waardoor appellante 2 individueel wordt geraakt en dat zich in relevante mate onderscheidt van het belang dat een ieder heeft bij het bestreden besluit. De Raad ziet tenslotte niet in dat in het onderhavige geval een rechtstreeks betrokken belang kan worden ontleend aan de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening en het Besluit uitoefening artsenijbereidkunst, reeds niet omdat de door de gemachtigde gestelde absolute afleverplicht van geneesmiddelen daarin niet valt te lezen. Beroep van appellante 2 terecht niet-ontvankelijk verklaard. Onderlinge Waarborgmaatschappij OZ zorgverzekeringen U.A. te Breda, gedaagde. mrs. M.I. 't Hooft, D.J. van der Vos, R.M. van Male Awb 1:2 Zfw Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering 9.1.a Regeling farmaceutische hulp 1996

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen