CRvB 30 mei 1995, ECLI:NL:CRVB:1995:ZB1498

Aan appellant, beginnende zelfstandige, is bijstand verleend voor de kosten van levensonderhoud gedurende een periode van 6 maanden. Nadien stelt het College op basis van art. 21 BZ het definitieve bijstandsbedrag vast. Hierbij is als uitgangspunt gekozen het boekjaar zoals deze blijkt uit de door app verstrekte jaarrekening. Appellant wenst evenwel een ander, voor hem gunstiger, boekjaar. Naar het oordeel van de Raad is dit ten onrechte. Uit het vennootschapscontract blijkt duidelijk voor welk boekjaar (in casu kalenderjaar) is gekozen en ook de ingediende jaarrekening is hiermee in overeenstemming. Weliswaar wordt bij de toepassing van het BZ aangesloten bij het door de betrokkene gekozen boekjaar doch uit de stukken blijkt niet dat door appellant gekozen is voor een ander boekjaar dan het kalenderjaar. Voorts is bij de bepaling van het inkomen van appellant terecht rekening gehouden met een bedrag in verband met het privé-gebruik van een bedrijfsauto. Voor de bepaling van de hoogte van het inkomen moet worden uitgegaan van de keuze die appellant zelf heeft gemaakt in het kader van de geldende fiscale wetgeving. Hierbij is rekening gehouden met een autokosten forfait van 20%. Voorts kan op grond van art 4.4 BLN geen rekening worden gehouden met het bedrag van het eigen risico van een ziektekostenverzekering. Voorzover het bestreden besluit betrekking heeft op terugvordering moet dit worden vernietigd, aangezien hier de burgerlijke rechter bevoegd is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen