CRvB 28 september 1989, ECLI:NL:CRVB:1989:ZB1659

De BV heeft het door betrokkene genoten en door het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen toegekende pensioen, dat door de BV wordt gekwalificeerd als een uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid, in mindering gebracht op betrokkenes uitkeringen ingevolge de AAW en de WAO. Gelet op het feit, dat blijkens het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden de Nederlandse Antillen en Nederland deel uitmaken van een koninkrijk, alsmede op de wijze waarop blijkens het statuut binnen dit koninkrijk de onderlinge betrekkingen tussen de beide landen en hun beider buitenlandse betrekkingen geregeld zijn, kan niet worden gezegd dat vanuit Nederland de Nederlandse Antillen als een andere mogendheid gezien kunnen worden. Dit oordeel is tevens in overeenstemming te achten met de kennelijke bedoeling van de wetgever, die blijkens de artt. 3 AAW en WAO een terminologisch onderscheid maakt tussen enerzijds ‘een andere Mogendheid’ en anderzijds ‘een ander deel van het Koninkrijk’ of ‘een der andere delen van het Koninkrijk’, dan wel, in latere teksten ‘de Nederlandse Antillen’. In het licht hiervan bestaat er geen gebondenheid aan een eerdere, voor de toepassing van een andere wet, gegeven uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen