Centrale Grondkamer 2 maart 2020, ECLI:NL:CG:2020:12
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval de bestemming van het gepachte wijzigt en die bestemming in overeenstemming is met het algemeen belang, zonder vergoeding voor pachter. Beding goedgekeurd. Landbankzaken: de beëindigingsgrond in het tussentijdse beëindigingsbeding moet objectief bepaalbaar zijn. Als over de gebeurtenis op grond waarvan volgens het tussentijdse beëindigingsbeding mag worden opgezegd een wettelijke bepaling uit titel 7.5 BW bestaat waarvan op grond van artikel 7:399 BW niet ten nadele van de pachter kan worden afgeweken, brengt dat niet automatisch mee dat dat beding (op grond van artikel 7:319 lid 1 aanhef en onder f BW) moet worden geschrapt of gewijzigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl