Centrale Grondkamer 13 juni 1997, ECLI:NL:CG:1997:1
Centrale Grondkamer, pachtrecht artikel 9, lid 2 Pachtwet, artikel 7:322, lid 2 BW Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in art. 9, lid 2, Pachtwet moeten de omstandigheden ten tijde van het aangaan van de pachtovereenkomst worden bezien. Deze omstandigheden moeten het door verzoekers niet voldoen aan het bepaalde in artikel 8, lid 1, van de Pachtwet verschoonbaar maken. De omstandigheid dat pachters ten tijde van de aankoop door hen van het land in geschil in de veronderstelling verkeerden dat het gebruik daarvan door pachter niet als pacht kon worden aangemerkt in het algemeen niet kan gelden als bijzondere omstandigheid. Het feit dat verpachters voormeld land hebben gekocht met de bedoeling dit zelf in gebruik te nemen is dit evenmin.
De uitspraak op rechtspraak.nl