CBb 3 maart 2026, ECLI:NL:CBB:2026:81

Verzoek tot herziening van een boetebesluit. Anders dan de minister en de rechtbank is het College van oordeel dat de weigering van de minister om terug te komen van dat besluit evident onredelijk is omdat uit een oppervlakkige inhoudelijke beoordeling al blijkt dat het besluit onmiskenbaar onjuist is, nu de intermediair de aan de boete ten grondslag gelegde overtreding (niet voorafgaand aan de export wegen van de vracht dierlijke meststoffen door de vervoerder bij export) niet heeft begaan. De intermediair was op het moment van de constatering door de toezichthouders van de NVWA namelijk nog niet de grens gepasseerd. Tot het passeren van de grens had de intermediair de vracht nog kunnen wegen. Om deze reden is het boetebesluit onmiskenbaar onjuist en is de weigering van de minister om het boetebesluit te herzien evident onredelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken