CBb 13 oktober 2026, ECLI:NL:CBB:2026:489

Algemene wet bestuursrecht (artikel 6:3 en artikel 8:4, eerste lid aanhef en onder d). Appellant heeft de minister van Financiën verzocht om handhavend op te treden en over te gaan tot vernietiging van meerdere besluiten, verordeningen en nadere voorschriften van (organen van) de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). Met de brieven van 8 februari 2023 en 10 oktober 2023 heeft de minister de handhavingsverzoeken in beide zaken afgewezen. Verder heeft de minister de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Het College begrijpt de handhavingsverzoeken zo dat appellant de minister heeft verzocht om een voordracht te doen bij de Kroon tot vernietiging van de in de handhavingsverzoeken genoemde besluiten van de NBA. Verder begrijpt het College de betreffende brieven van de minister zo dat de minister heeft geweigerd om een dergelijke voordracht tot vernietiging te doen bij de Kroon. Het College is van oordeel dat de betreffende brieven van de minister voorbereidingsbeslissingen tot een niet-appellabel besluit zijn waartegen geen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De motivering van de bestreden besluiten is onjuist. Vernietiging bestreden besluiten met instandlating rechtsgevolgen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen