CBb 13 oktober 2026, ECLI:NL:CBB:2026:488
Verzoeken om handhaving wat betreft couperen van biggenstaarten. Aan de orde is de vraag of de staatssecretaris de verzoeken van Varkens in Nood om handhavend op te treden, terecht heeft afgewezen. Volgens de staatssecretaris kan hij, op grond van de geldende regelgeving, niet vaststellen of sprake is van een overtreding van het verbod op het couperen van biggenstaarten. Er is sprake van een overtreding van dit verbod als niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen. Het College komt tot het oordeel dat de regelgeving wat betreft het verbod op het couperen van biggenstaarten de staatssecretaris voldoende handvatten biedt om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van het verbod. En daarom ook om vast te kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding van de daarin opgenomen verbodsbepaling. De weigering van de staatssecretaris om handhavend op te treden is onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de handhavingsverzoeken.
De uitspraak op rechtspraak.nl