CBb 22 september 2026, ECLI:NL:CBB:2026:459
Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende onderneming op het bedrijf van appellant heeft plaatsgevonden. De Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen, die ten grondslag liggen aan het overzicht van de registraties door de mestaanvoerders, ontbreken namelijk. Het College heeft bij het lager vaststellen van de boete rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Hoger beroep slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl