CBb 16 juni 2026, ECLI:NL:CBB:2026:275

Accountantstuchtrecht. Controle jaarrekening 2012-2014. De accountant wordt verweten dat hij: (a) is tekortgeschoten in de door hem verrichte controlewerkzaamheden ten aanzien van 7 onderwerpen, (b) in het kader van een kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam bewust onjuiste en misleidende verklaringen heeft afgelegd, en (c) ten onrechte heeft geweigerd om een afschrift van (delen van) de controledossiers met betrekking tot de jaren 2012, 2013 en 2014 aan de curator te verstrekken. De accountantskamer heeft klachtonderdelen a.3, b en c ongegrond verklaard en de klachtonderdelen a.1, a.2, a.4, a.5, a.6 en a.7 gegrond verklaard. De accountantskamer heeft aan de accountant de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling van zijn inschrijving in de registers voor de duur van één maand. De accountant krijgt op meerdere klachtonderdelen gelijk en de curator op het klachtonderdeel dat ziet op de goedkeurende verklaring van de jaarrekening 2014. De resterende schendingen van de gedrags- en beroepsregels wegen naar het oordeel van het College zodanig zwaar dat voor matiging van de door de accountantskamer opgelegde maatregel geen aanleiding bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken