CBb 2 juni 2026, ECLI:NL:CBB:2026:234
Wijzigingen van de voorwaarden in de Netcode elektriciteit betreffende de verplichting voor gesloten distributiesystemen (GDS’en) om deel te nemen aan congestiemanagement. De voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 5.10, eerste en tweede lid, van de Netcode, betreffen verplichtingen voor de GDS-beheerder in het kader van het congestiemanagement door de openbare netbeheerder. Het College is van oordeel dat deze voorwaarden in overeenstemming zijn met het systeem van de E-wet. Het artikel heeft namelijk betrekking op de wijze waarop netbeheerders en afnemers zich tegenover elkaar gedragen ten aanzien van het in werking hebben van de netten en het uitvoeren van transport van elektriciteit over het net. Dat deze voorwaarden, die worden gehanteerd tegenover een afnemer, in dit geval een GDS-beheerder, doorwerken naar aangeslotenen op een GDS is naar het oordeel van het College te verenigen met het systeem van de wet. Artikel 5.10, eerste en tweede lid, van de Netcode verplichten GDS-aangeslotenen nergens toe. Van een verplichting die de GDS-beheerder oplegt aan zijn aangeslotenen is ook geen sprake. Dat, zoals VEMW stelt, in dat geval voor de GDS-beheerder tegenover zijn aangeslotenen verplichtingen ontstaan, waaruit, omgekeerd, rechten van de afnemers van het GDS-net tegenover de GDS-beheerder voortvloeien maakt dan ook niet dat sprake is van strijd met de artikelen 15, 31 en 36 van de E-wet. Met de ACM is het College verder van oordeel dat in artikel 9.1, derde en vierde lid, van de Netcode geen absolute verplichting is opgenomen voor GDS-beheerders om flexibel vermogen aan te bieden. Van onuitvoerbare voorschriften is daarom geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl