CBb 12 mei 2026, ECLI:NL:CBB:2026:206
Hoger beroep tegen uitspraak van de accountantskamer ongegrond. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2018 een melding van misstanden heeft gedaan bij betrokkene, zodat hem niet kan worden verweten dat hij geen actie heeft ondernomen conform de Klokkenluidersregeling. Nadat hij in 2020 wel bekend is geworden met de melding, heeft hij daar onderzoek naar laten doen. Van het negeren van meldingen of meewerken aan repercussies jegens klager is geen sprake. Klager heeft telkens benadrukt geen klokkenluider te willen zijn, zodat betrokkene (als bestuurder) niet kan worden verweten dat hij klager niet heeft gewezen op de Klokkenluidersregeling dan wel dat hij de procedure uit deze regeling niet in gang heeft gezet.
De uitspraak op rechtspraak.nl