CBb 6 mei 2026, ECLI:NL:CBB:2026:158
Ruiming pluimveebedrijf, vogelgriep, hoogte tegemoetkoming - Artikel 4.3 van het Besluit diergezondheid bepaalt welke elementen een rol mogen spelen bij de vaststelling van de waarde van dieren die verdacht worden van besmetting met een dierziekte. De waarde van de geruimde kippen moet worden vastgesteld al naar gelang het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom. Op basis van een notitie van Wageningen Economic Research (WEcR) is het College van oordeel dat de waardetabellen zoals die worden opgesteld door WEcR in overeenstemming zijn met artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit diergezondheid in die zin dat de waarde van het pluimvee wordt berekend aan de hand van het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom van het pluimvee. De staatssecretaris mocht de tegemoetkoming daarom baseren op de op basis van de waardetabellen tot stand gekomen waardebepaling van de taxateur. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl