CBb 7 april 2026, ECLI:NL:CBB:2026:146

Hoger beroep tegen de uitspraak van de accountantskamer, die een uitvoerige klacht, gericht tegen de accountant van de Stichting Greenpeace Council (SGC), slechts op een klein onderdeel gegrond had verklaard. In hoger beroep wordt aangevoerd dat de accountantskamer ten onrechte niet alle klachtonderdelen gegrond heeft verklaard, enkele klachtonderdelen onbesproken heeft gelaten en voor het gegrond verklaarde klachtonderdeel ten onrechte geen maatregel heeft opgelegd. De klager voert in hoger beroep opnieuw onder meer aan dat de accountant de opdracht om de jaarrekening te controleren, niet mocht aanvaarden omdat SCG een criminele organisatie is. Het College is van oordeel dat die hogerberoepsgrond niet slaagt. Het College is van oordeel dat de klager wel terecht heeft aangevoerd dat de accountantskamer ongemotiveerd aan een subklachtonderdeel voorbij is gegaan, maar ziet geen aanleiding om daaraan gevolgen te verbinden. Dat subklachtonderdeel ging over het toepassen van een vereenvoudigingsmogelijkheid bij het opstellen van de enkelvoudige jaarrekening, maar het College is van oordeel dat in hoger beroep niet duidelijk is geworden waarom SGC daarvan geen gebruik had mogen maken. De klacht dat de doelstellingen in het Annual Financial Report 2020 of het Greenpeace International Annual Report 2020 evident strijdig zijn met het statutaire doel van SGC slaagt niet. Het College acht, net als de accountantskamer, voor het door de accountantskamer gegrond verklaarde klachtonderdeel het opleggen van een maatregel niet aangewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken