CBb 25 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:626

Uit de documentatie die de onderneming heeft aangeleverd bij het vaststellingsverzoek, heeft de minister terecht afgeleid dat zij de aankoopverplichting al op 7 september 2023 is aangegaan en daaruit terecht geconcludeerd dat de onderneming onjuiste gegevens heeft verstrekt. Als de minister ten tijde van de aanvraag zou hebben geweten dat de aankoopverplichting al op 7 september 2023 was aangegaan zou hij de aanvraag hebben afgewezen. Voor een zakelijke aanschaf, zoals door de onderneming gedaan, geldt op grond van artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies namelijk dat de minister een aanvraag voor een subsidie moet afwijzen als niet wordt voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. Dit vereiste houdt in dat de subsidie moet worden aangevraagd voordat tot aanschaf van apparaten – in dit geval een warmtepomp – wordt overgegaan. Omdat de onderneming de subsidie pas na het aangaan van de aankoopverplichting van de warmtepomp heeft aangevraagd is niet aan het vereiste van stimulerend effect voldaan. De minister was daarom op grond van artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd om de verleende subsidie op nihil te stellen. De onderneming heeft niet bestreden dat de minister in dit geval van zijn bevoegdheid tot nihilstelling gebruik heeft mogen maken. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken