CBb 4 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:586
De minister heeft de aanvragen van investeringssubsidies duurzame energie en energiebesparing terecht op nihil gesteld (artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb). Er zijn verplichtingen aangegaan voor investeringen in zonnepanelen voorafgaand aan de indiening van de aanvragen, waardoor de aanvragen niet voldoen aan de eisen inzake het stimulerend effect. De minister was gehouden de subsidies op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZK- en LNV-subsidies (Kaderbesluit) af te wijzen indien op het moment van de subsidieaanvragen duidelijk was geweest dat er al verplichtingen waren aangegaan. De beroepen zijn ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl