CBb 2 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:529

Wet verbod pelsdierhouderij. De onderneming heeft een vergoeding van de minister gekregen voor de schade die zij heeft geleden doordat zij, drie jaar eerder dan in 2013 bij wet was bepaald, moest stoppen met het fokken en houden van pelsdieren. Het College oordeelt dat de minister ten onrechte een kortingspercentage vanwege het normale maatschappelijke risico (NMR) op de totale vergoeding in mindering heeft gebracht. De minister heeft terecht geen vergoeding toegekend voor de voergeldlocaties, omdat de hij niet bevoegd is daarover een besluit te nemen op grond van de Wvp.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken