CBb 2 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:527

Wet verbod pelsdierhouderij. De onderneming heeft een vergoeding van de minister gekregen voor de schade die zij heeft geleden doordat zij, drie jaar eerder dan in 2013 bij wet was bepaald, moest stoppen met het fokken en houden van pelsdieren. Het College oordeelt dat de minister de vergoeding voor de inkomensschade ten onrechte heeft verminderd met € 38,- per fokteef. Verder heeft de minister ten onrechte een kortingspercentage vanwege het normale maatschappelijke risico (NMR) op de totale vergoeding in mindering gebracht. De minister heeft de meewerkende zoon terecht niet als ondernemer aangemerkt en voor hem terecht geen overbruggingsvergoeding voor het vinden van vervangende arbeid toegekend

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken