CBb 9 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:453
Wet dieren. Appellant heeft in Turkije een opleiding diergeneeskunde gevolgd. Afwijzing verzoek om toelating in Nederland tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen en registratie in het Diergeneeskunderegister op basis van advies van de Commissie Buitenslands Gediplomeerde Diergeneeskundigen (CBGD). Volgens dit advies heeft appellant niet aangetoond te beschikken over voldoende kennis en kunde die op hetzelfde niveau liggen als het eindniveau van de Nederlandse masteropleiding diergeneeskunde (beroeps)opleiding tot dierenarts. In wat appellant heeft aangevoerd ziet het College geen aanknopingspunt voor de conclusie dat de minister niet op het advies en de schriftelijke toelichting van de CBGD mocht afgaan. De CBGD heeft in haar advies gedetailleerd duidelijk gemaakt waarin de hiaten in kennis en kunde zijn gelegen. Appellant heeft daar onvoldoende tegenovergesteld. Het College passeert het bewijsaanbod van appellant om alsnog aan te tonen dat de door de CBGD geconstateerde hiaten in kennis en kunde onjuist zijn, omdat appellant daarmee te laat is. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl